De zestiende startplaats van Timo Glock is een opsteker voor Virgin Racing, dat nog steeds geplaagd wordt door technische problemen.

Blijdschap en verdriet liggen dichtbij elkaar. Terwijl Timo Glock als eerste Virgin-auto doordrong tot Q2, was de auto van Lucas di Grassi pas vier minuten voor het eind van de eerste sessie klaar om mee te rijden. De baan was toen al zo nat dat de Braziliaan genoegen moest nemen met de 24ste en laatste tijd.

Glock: “Tot nu toe gaat het erg goed – we hebben geen noemenswaardige problemen gehad met mijn auto. Ook het kwalificeren verliep goed, ondanks de regen. Het was cruciaal om op tijd naar buiten te gaan. Mijn ronde in Q1 was zo goed dat het me naar Q2 loodste. Het was leuk om te zien dat we het beter deden dan een aantal van de topteams.”

Glock noemt de zestiende startplaats een mooi resultaat voor het team. “Hierdoor is iedereen weer extra gemotiveerd voor morgen.”

Lucas di Grassi is logischerwijs minder optimistisch gestemd. “Er waren weer wat problemen waardoor een deel van de auto opnieuw opgebouwd moest worden tussen de vrije training en kwalificatie. Het was spannend of het überhaupt zou lukken om op tijd klaar te zijn, maar de monteurs hebben ongelooflijk werk geleverd.”

Hoewel Di Grassi als laatste moet starten, is hij blij dat hij toch nog een tijd heeft kunnen neerzetten. “Op deze manier hebben we in ieder geval kunnen kijken of alles goed werkt. En hoewel het voor mij persoonlijk een teleurstellende dag was, is het een goede dag voor het team.”

Dat bevestigt ook technisch directeur Nick Wirth. “Vandaag was een mooie dag voor iedereen betrokken bij Virgin Racing. Hoewel nog niet alle problemen zijn opgelost, is het mooi om te laten zien dat we progressie hebben geboekt en wat voor potentie dit team heeft.”