Daar stond Fernando Alonso dan. Geen idee had hij over zijn positie. Dus sprak hij Jenson Button maar eens aan. “Ik heb 1:21.5 gereden, jij? Daarna kregen de anderen dezelfde vraag. Het antwoord – “langzamer dan jij” – was telkens hetzelfde.En dus start Alonso de Hongaarse Grand Prix van poleposition. De eerste pole voor Alonso sinds de Grand Prix van Italië in 2007. Voor Renault was het zelfs nog langer geleden: China 2006. Ook toen was Alonso pole-sitter.

De tweevoudig wereldkampioen moest zijn collega’s naar hun tijden vragen omdat de tijdcomputers waren gecrasht. Niemand wist hoe of wat. Het leverde stompzinnige taferelen op die niet in de Formule 1 thuishoren.

Nadat Alonso bij alle coureurs navraag had gedaan, was hij overtuigd van zijn gelijk en stak hij zijn hand op richting het publiek. Kort nadien bevestigden de stewards de snelste tijd van de Spanjaard, die wel blij was, maar zeker niet uitzinnig van vreugde.

Dit omdat Alonso weet dat hij met weinig benzine heeft gereden. “Hoewel de auto is verbeterd, ben ik op pure snelheid niet gelijk aan de Red Bulls. Als ik morgen veel punten kan scoren, ben ik allang tevreden. Natuurlijk gaan we proberen te winnen, maar dat vind ik verre van realistisch.”

“Ik heb agressief gereden”, vervolgt de Renault-coureur. “Op meerdere fronten. We hebben gedaan wat er voor nodig was om pole te trainen en dat is gelukt. Vanaf nu gaan we ons richten op een zo goed mogelijk resultaat in de race.”

Met winst houdt hij geen rekening. Vooral ook omdat de resultaten van Renault daar geen enkele aanleiding toe geven. “De afgelopen vier races heb ik slechts op de Nürburgring wat punten gescoord. Er komen wat nieuwe onderdelen beschikbaar en het gaat langzaam beter, maar één zwaluw maakt nog geen zomer. Ook al is het bijna augustus.”

Alonso won in 2003 op de Hungaroring zijn eerste Grand Prix.

KVN