Na veel onduidelijkheid is het sinds gisteren eindelijk duidelijk hoe het Formule 1-WK van volgend jaar er uit ziet. Alle FOTA-teams staan gewoon aan de start, samen met Williams en Force India, maar ook de drie nieuwe teams.Constructeursbond FOTA ontvangt Manor Grand Prix, Campos Grand Prix en Team US F1 met open armen. Toch zijn mensen binnen de FOTA nog sceptisch over de toetreding van de drie nieuwe musketiers.

Was het namelijk niet Ferrari dat onlangs nog een persbericht de wereld instuurde waarin men twijfelde over het niveau van de inschrijvingen voor komend seizoen? De Scuderia liet zelfs de term ‘GP3’ vallen als nieuwe naam voor het kampioenschap.

De woorden zijn nu een stuk milder. Maar het volste vertrouwen lijkt Ferrari-voorman Stefano Domenicali nog niet te hebben in de nieuwe teams. “Het is belangrijk dat de Formule 1 ook echt de F1 blijft”, vertelde de Italiaan in een persconferentie van de FOTA in het Italiaanse Bologna.

“De FOTA ontvangt de nieuwe Formule 1-teams met open armen. Maar het blijft wel belangrijk dat deze renstallen niet een jaartje even komen kijken. Ze moeten ook aan de toekomst denken. Dat zal het kampioenschap ten goede komen.”

“We moeten er zeker van dat de nieuwelingen – die uiteraard van harte welkom zijn in de F1 – ook echt onderdeel gaan uitmaken van het wereldje. Niet omdat we nieuwe teams moeten hebben zodat het startveld groter is, maar omdat vers bloed goed is voor het kampioenschap”, aldus Domenicali.

En om dat hele proces te bevorderen gaat de vice-voorzitter van de FOTA, Toyota-teamleider John Howett, binnenkort rond de tafel zitten met de nieuwe teams. “We moeten sowieso met ze praten om te peilen of ze openstaan om zich bij de FOTA aan te sluiten”, aldus de Brit.

“Ze zijn welkom. Met gesprekken kun je dingen opbouwen en dat is goed. Voordat we dat echter gaan doen kijken we eerst wat zij vinden van de gewijzigde reglementen in de Formule 1”, vervolgde Howett over de afschaffing van het budgetplafond. “Het is nog te vroeg om te zeggen of ze ook bij de FOTA komen, maar onze deur staat open.”

BvdB