Volgens FIA-voorzitter Max Mosley is een akkoord met de FOTA heel dichtbij. Hier weten kopstukken van de constructeursbond echter niks vanaf. De plannen om een eigen klasse op te zetten zijn gewoon in volle gang.Dat bleek toen het Britse tijdschrift Autosport een rondje deed langs enkele teambazen van FOTA-teams. Zondag liet Mosley nog weten dat vrede met de afvallige FOTA zeer dichtbij was, maar dit is volgens de renstallen niet het geval.

Sterker nog, naar verluidt komen de FOTA-teams donderdag bijeen om te praten over wie het kampioenschap moet promoten, de technische reglementen en welke circuits er op de kalender komen. Volgens Renault-teambaas Flavio Briatore is er genoeg gesproken met de FIA. De Italiaan vindt het welletjes.

“Er worden zoveel woorden gebruikt. Dat is nu afgelopen”, aldus Briatore. “Ons standpunt is glashelder. Het is goed zo. Ons kampioenschap moet over een paar weken gereed zijn. We zijn er namelijk ook al een paar weken mee bezig: wij willen een kampioenschap dat georganiseerd wordt door de FOTA. In de laatste twee weken is die mening niet veranderd en dit is dan ook mijn laatste woord erover.”

Ook volgens McLaren-teambaas Martin Whitmarsh verkondigt Mosley onzin. “Het is nogal lastig om op zondag vooruitgang te boeken in de besprekingen als er op dezelfde dag wordt geracet.” Bij Red Bull Racing zijn ze wat vriendelijker richting de FIA. Christian Horner: “De deur richting vergaderingen met de FIA moet nooit helemaal gesloten worden, als die besprekingen zin kunnen hebben.”

Dan is het volgens FOTA-vice-voorzitter John Howett zaak dat de FIA initiatief neemt. Volgens het vooraanstaande Toyota-lid heeft de FOTA de autosportbond namelijk niet nodig. “Nadat duidelijk werd hoeveel steun wij krijgen van het publiek is de FIA al flink van mening veranderd”, aldus de Brit.

Howett besluit: “Onze positie is duidelijk en ik denk dat wij genoeg concessies hebben gedaan om met de FIA tot een compromis te komen. Wij hebben nu onze keuze gemaakt en we boeken veel vooruitgang (met de nieuwe raceklasse, red.).”

BvdB