De instructies aan de McLaren-coureurs om tijdens de Turkse Grand Prix benzine te sparen, waren geen verkapte teamorders. Dit zeggen bronnen binnen het team.

Het Britse Autosport.com meldt dat het, van enkele niet met naam genoemde bronnen binnen McLaren, heeft geleerd dat het verzoek van het team om bezine te besparen geen code was om de coureurs te vertellen elkaar met rust te laten.

Autosport.com bericht dat beide McLaren-coureurs al vanaf de tiende ronde bezig waren met het anders afstellen van de motor, om zo het brandstofverbruik terug te dringen. Dit was namelijk hoger dan men bij McLaren aanvankelijk verwacht had.

Behalve dat beide coureurs de motor anders moesten afstellen, moesten ze ook eerder opschakelen en met meer beleid accelereren. Tevens werd hen verteld om het rustig aan te doen in bocht acht, om zo de slijtage van de rechtervoorband onder controle te houden.

Dat koploper Lewis Hamilton vervolgens over de radio werd verteld dat teamgenoot Jenson Button hem niet zou proberen te verschalken, was geen 'officieel' bericht vanuit het team, maar een veronderstelling die Hamiltons race ingenieur maakte. De ingenieur, Phil Prew, maakte deze aanname op basis van het feit dat ook Button in 'fuel saving mode' rondreed. Door deze miscommunicatie ging Hamilton er onterecht van uit dat Button hem de ruimte zou geven.

Button was op zijn beurt enkel verteld dat hij op zijn brandstof en benzine moest letten. Er werden aan hem geen orders gegeven om uit de buurt van Hamilton te blijven, en het stond hem dus vrij om deze aan te vallen.

Dat Button kon inlopen op Hamilton, verklaart het team door te opperen dat Hamilton het té rustig aandeed. In ronde 48 verloor hij bovendien ruim zeven tiende in de befaamde bocht acht, waardoor zijn teamgenoot hem gelijk op zijn staart zat. Over deze gehele ronde verloor Hamilton ongeveer tweeënhalve seconde ten opzichte van de ronde daarvoor, ondanks dat hij de koppositie wel weer snel van Button afpakte.

Na het duel deden beide Britten het weer rustig aan. Volgens McLaren was dat maar goed ook, want na afloop van de race zat er in Hamiltons auto nog maar genoeg benzine voor één enkele ronde, terwijl Buttons bolide slechts een paar druppels meer in de tank had.